|
Voorbereiding op je eerste
menwedstrijd
Je wilt wedstrijden gaan rijden
met je aanspanning, maar hoe pak je dat aan? Wil je alleen
de onderdelen dressuur en vaardigheid rijden of durf je ook
samengestelde wedstrijden aan? Hieronder vind je een korte
uitleg over de puntentellingen en de klasse van de
verschillende disciplines.

Dressuur
Bij de dressuurwedstrijden voor mennen rijd je als bij
dressuur onder het zadel een proef in de klasse waarin je
geklasseerd bent. B (beginners), L (leerzaam), M (moeilijk),
Z (zwaar) en ZZ (dubbel zwaar).
De winstpuntenregeling voor de dressuur:
60 tot 65 procent = een winstpunt
65 tot 70 procent = twee winstpunten
70 procent of hoger = drie winstpunten
Naast winstpunten kun je bij
het mennen ook verliespunten krijgen:
40 tot 45 procent
= een verliespunt
35 tot 40 procent
= twee verliespunten
minder dan 35 procent = drie verliespunten.
In de klasse B: bij vijf
winstpunten mag je over naar de klasse L en bij 20
winstpunten moet je over naar de volgende klasse.
Vanaf klasse L: bij tien winstpunten mag je overstappen en
bij 30 winstpunten moet je naar de hogere klasse.
Vaardigheid
Iedere vaardigheidswedstrijd bestaat uit een pacours dat is
afgebakend met plastic kegeltjes. Op iedere kegel ligt een
tennisbal, de menner moet tussen de kegeltjes door rijden
zonder dat de balletjes vallen. Hiermee test je de
gehoorzaamheid van het paard en de stuurmanskunsten van de
menner. Vaardigheidswedstrijden heb je in de klasse L, M en
Z.
De puntentelling voor de vaardigheid:
Foutloos pacour en voldoende voor de wijze van rijden = twee
winstpunten
Een half tot vier strafpunten en voldoende voor de wijze van
rijden = een winstpunt
In de klasse M en Z geldt dezelfde regeling, alleen is een
voldoende voor de wijze van rijden dan niet meer nodig.
De verliespuntentelling voor de vaardigheid:
Meer dan 14 strafpunten boven het aantal van de winnaar =
een verliespunt
Het rijden van een verkeerd parcours of het vrijwillig
beëindigen = een verliespunt
Meer dan 28 strafpunten boven het aantal van de winnaar =
twee verliespunten
Alle uitsluitingen, met uitzondering van kreupelheid = twee
verliespunten.
De promotie is bij iedere klasse hetzelfde: bij tien
winstpunten mag je over en bij 20 winstpunten moet je over.
Marathon
De marathon bestaat uit drie trajecten over de weg en door
het terrein. Elk traject moet in een bepaalde tijd worden
afgelegd. Het meest spectaculair is het laatste traject,
waarin zes (vaak basiswedstrijden), zeven of acht
hindernissen (nationaal en internationaal) zijn opgenomen.
De hindernissen hebben natuurlijke en kunstmatige obstakels
zoals bomen, heuvels, waterplassen en palen. De menner moet
deze hindernissen zo snel mogelijk nemen. Daarbij komt het
vooral aan op snelheid en wendbaarheid van het paard en het
sturen van de menner. De groom staat achterop het rijtuig en
houdt het in evenwicht door zijn gewicht te verplaatsen. Ook
helpt hij de menner met het onthouden van de route in de
hindernis.
Strafpuntenregeling marathon:
Voor de tijdsoverschrijding in de trajecten = 0,2 per
seconde
Te snel finishen = 0,1 per seconde
Iedere seconde dat de aanspanning in een hindernis is = 0,2
per seconde
|